
Wat is al-Fidyah?
Fidyah verwijst naar een boetedoening of compensatie voor het niet kunnen vasten tijdens de maand Ramadhaan.
Moslims die de puberteit hebben bereiken zijn verplicht om gedurende de hele maand Ramadhaan te vasten, van zonsopgang tot zonsondergang. Echter, er zijn uitzonderingen op deze regel voor mensen die niet in staat zijn om te vasten vanwege gezondheidsproblemen, zwangerschap, menstruatie of ouderdom.
Degenen die niet in staat zijn om te vasten, dienen al-fidyah betalen als compensatie voor hun gemiste vastendagen. Fidyah kan worden betaald in de vorm van het voeden van een arme voor elke dag dat iemand niet gevast heeft met het gemiddelde voedsel van de persoon die de boetedoening betaalt.
Wat is de waarde van al-Fidyah?
Er zijn verschillende meningen van de fiqh-wetscholen over de waarde van de fidyah. Bij ons geldt de mening dat de fidyah een halve saa’ is (inhoudsmaat) en is ongeveer gelijk aan +/- 1250 gram aan voedsel. Wij delen uw fidyah uit als kant en klare maaltijd aan de armen. De fidyah heeft de waarde van €5,- per dag.
“En wat betreft degenen die slechts met grote moeite kunnen vasten, zij dienen als compensatie een arme te voeden. Wie vrijwillig goed doet, dat is beter voor hem. En dat jullie vasten is beter voor jullie, indien jullie het weten.” Soerah al-Baqarah, vers 184.
Wat telt als een geldige eed?
Eden (al-aymaan) is het meervoud van (yamien) en betekent: zweren/een eed afleggen. Een eed (yamien) is: het bevestigen van iets waarover men zweert door daarbij de naam te noemen van iets dat verheven en groots is. Bijvoorbeeld iemand zegt: “Bij Allah, ik zal die persoon niet bezoeken in zijn huis.” Het onderwerp waarover gezworen wordt is dan: het nalaten van het bezoek. “Allah zal jullie niet bestraffen vanwege het onbedoeld zweren, maar Hij zal jullie bestraffen vanwege de eden die jullie bewust afleggen. De boetedoening daarvoor (voor het verbreken van weloverwogen eden) is het voeden van tien armen met het gemiddelde van hetgeen waarmee jullie jullie families voeden, of hen kleden, of een slaaf vrijlaten. Wie zich dat dan niet kan veroorloven dient drie dagen te vasten. Dat is de boetedoening voor jullie eden wanneer jullie zweren (en ze vervolgens verbreken). En houd je aan jullie eden. Zo verduidelijkt Allah voor jullie Zijn verzen opdat jullie dankbaar zullen zijn.” (Soerat al-Maa-iedah (6), vers 89).
Een eed is alleen geldig wanneer men zweert bij Allah, of bij een van Zijn Namen, of bij een van Zijn Eigenschappen, zoals: “bij de Macht van Allah” of “bij de ‘izza van Allah”. Ook geldt dit als iemand zegt: “een eed bij Allah”, of “een getuigenis (als eed) bij Allah”, dan geldt dit ook als een eed. Of als iemand zegt: “Ik heb bij Allah gezworen” of “Ik zweer bij Allah”, dan valt dit onder een eed.
Ook kan een eed geldig zijn bij de Qor-aan, omdat de Qor-aan het Woord van Allah is. Dus als iemand zegt: “Bij de Qor-aan”, dan geldt dit als een eed.
Zweren bij andere dan Allah is verboden
Het zweren bij een schepsel, zoals bij heiligen of profeten (vrede zij met hen), zoals iemand die zegt “bij de profeet” of bij de Ka‘ba of iets dergelijks. Dit is verboden omdat de profeet ﷺ zei: “Allah verbiedt jullie te zweren bij jullie vaders. Wie zweert, laat hem dan zweren bij Allah of zwijgen.”
En in at-Tirmidziestaat staat: “Wie zweert bij iets anders dan Allah, heeft shirk gepleegd of ongeloof gepleegd.”
En in al-Boekhaarie en Moeslim staat: “Wie gezworen heeft bij al-Laat en al-‘Oezzzz, laat hem zeggen: laa iliaaha illa Allaah.”
Het zweren bij iets anders dan Allah is vn kleine shirk is en niet is toegestaan. Het is een verboden uitspraak die iemand niet uit de Islaam haalt, behalve als hij datgene waarbij hij zweert verheft zoals Allah verheven wordt, zoals sommigen die zweren bij al-Ḥ’oesayn, bij een sheikh, bij een sayyid, enzovoort, en hen verheerlijken met zweren en met allerlei vormen van toenadering en aanbidding. Wie hierbij zweert en zijn eed verbreekt, hoeft geen boetedoening na te komen, omdat dit een niet-respectabele/ongeldige eed is.
De boetedoening voor een eed
De boetedoening (kaffaara) voor het verbreken van een eed is door Allah vastgelegd in Soera al-Maaʾidah: “De boetedoening daarvoor (voor het verbreken van weloverwogen eden) is het voeden van tien armen met het gemiddelde van hetgeen waarmee jullie jullie families voeden, of hen kleden, of een slaaf vrijlaten. Wie zich dat dan niet kan veroorloven dient drie dagen te vasten.”
De boetedoening bestaat uit vier zaken. Deze drie opties zijn naar keuze (takhyir). Degene die zijn eed heeft verbroken, mag één van deze drie doen:
- Tien armen voeden:Dit gebeurt door iedere arme een halve saa’ van dadels of gerst te geven of een kwart saa’ van tarwe of rijst. Het is ook toegestaan hen gekookt eten te geven dat voldoende is voor tien personen. Het is verplicht tien verschillende armen te voeden. Minder dan tien is niet voldoende, zelfs niet als men vijf armen voedsel voor tien geeft. Dit is de mening van de meerderheid van de geleerden. Als iemand echter geen tien armen kan vinden, dan mag hij één arme voedsel geven voor tien personen of vijf armen elk voedsel voor twee personen. Maar als hij wel tien armen kan vinden, dan is minder dan tien niet toegestaan.
- Tien armen kleden: De armen krijgen kleding die geldig zijn om het gebed mee te verrichten. Voor een man is dit hetgeen zijn ‘awrah bedekt en voor een vrouw wat haar geldige bedekking voor het gebed is.
- Het vrijlaten van een slaaf of slavin: Hierbij geldt dat de slaaf gelovig moet zijn.
- Drie dagen vasten: Dit is alleen toegestaan wanneer men werkelijk niet in staat is om één van de eerste drie opties uit te voeren.
Veel mensen stappen over op vasten terwijl zij wel in staat zijn om te voeden of te kleden. Dit is niet geldig, vanwege de duidelijke betekenis van het vers, en dit is het standpunt van de meerderheid van de geleerden. Het vasten moet drie dagen aaneengesloten plaatsvinden, gebaseerd op de overlevering van Ibn Mas’oed.
Tijdstip van het voldoen van de boetedoening
Het voldoen van de boetedoening vóór of na het verbreken van de eed is beide toegestaan. De profeet ﷺ zei: “Wanneer je een eed aflegt en je ziet dat iets anders beter is, verricht dan boetedoening voor je eed en doe wat beter is.” (Moettafaqoen ‘alayh).
Men mag dus eerst boeten en daarna de eed verbreken, of eerst verbreken en daarna boeten.





